Mijn eerste begeleiding


In het opstarten van het trainingstraject “Signs of Safety” met Eric Sulkers in 2011 kregen we de raad met “een beetje Signs of Safety” op te starten in  “niet al te complexe” begeleidingen, en voortdurend voor ogen te houden dat we niets zouden doen dat het, in ons aanvoelen, onveiliger zou maken voor de kinderen.

Dat van dat “niet te complexe” lukte niet zo goed, omdat het juist in de “complexe” begeleidingen is, dat wij – hulpverleners – naar nieuwe invalshoeken zoeken.

Zoals in een blog zal ik hier de volgende weken bijdragen posten, die de lezer in afleveringen zullen meenemen, hoe “mijn eerste begeleiding” met "een beetje Signs of Safety" verlopen is; hopelijk worden op die manier een aantal praktijkelementen van deze nieuwe benaderingswijze duidelijk.


‘Mijn’ is een groepje van 3 hulpverleners; we gebruiken niet ‘onze’ omdat het niet de eerste begeleiding vanuit “Signs of Safety" in Sporen is.

 

Het gezin gaf ons toestemming om hun verhaal te brengen; we hebben - omwille van hun anonimiteit - namen, leeftijden, aantallen, data, geslachten, locaties veranderd, en hier en daar fictieve omstandigheden en situaties uit andere begeleidingen ingevoegd. Indien u toch meent het gezin te herkennen, hou er dan terdege rekening mee dat u zich hoogstwaarschijnlijk vergist, en dat u, even goed als wij, de anonimiteit van die “veronderstelde”gezinsleden dient te bewaken.

 

PROLOOG

Deel 1

In december 2012 krijgen wij een doorverwijzing van de Jeugdrechtbank van een gezin met 8 kinderen, tussen zes maanden en zestien jaar oud.
Het gezin had in de voorbije zes jaren reeds begeleiding gehad van het OCMW, thuisbegeleiding, dagcentrumbegeleiding, kinderpsychiatrische opname (telkens op naam van 1 of 2 kinderen), en begeleid wonen (op naam van 1 van de ouders), steeds binnen"vrijwilligheid".

Een eerste aanmelding vanuit het Parket kwam er omwille van problemen met huisvesting en de financiële situatie.

Een jaar later was er een her-aanmelding omwille van slechte hygiëne en onveilige woonomstandigheden.

 

Het gezin was reeds elf maal verhuisd, en had zeer veel schulden. In maart 2012 werden zij (in het buitenland, waar zij toen woonden) uit hun huis gezet; tevens was er een melding bij de lokale Kinderbescherming omdat de kinderen

 "er ondervoed en slecht gekleed bijliepen, en niet naar huis wilden gaan."


Daarnaast was er ook een melding

 - wegens "veelvuldig schoolverzuim" –


Zonder dak boven het hoofd vertrok het gezin halsoverkop naar België, twee kinderen werden tijdelijk in een (buitenlands) opvanggezin ondergebracht, 3 kinderen konden bij hun oma terecht, en de oudste en de twee jongsten verbleven met vader en moeder in een noodhuisvesting van een vriend.

“Het gezin leeft hier in één kamer met één bed, de kinderen slapen er in de zetels, de andere meubels staan op mekaar gestapeld, er is geen warm water, één onveilig verwarmingstoestel (in een erg koude winter), het is er vuil en onhygiënisch, met een sterke geur van urine, in een ander deel van het gebouw woont een man met honden, er is één WC.”


De (buitenlandse) Kinderbeschermingsdiensten namen contact op met het Belgische Comité voor Bijzondere Jeugdzorg in verband met hun bezorgdheden rond

“de onhygiënische toestand en het gebrek aan zorg voor de kinderen”.


Toen het gezin niet kwam opdagen tijdens de intake voor het OOOC, werd hun dossier, met een spoedprocedure bij de Bemiddelingscommissie, doorverwezen naar het Parket.

Op het moment dat dit gezin voor begeleiding aan ons wordt toegewezen, krijgen we een bundel vroegere verslaggeving mee:

“ slechte hygiëne, veelvuldig schoolverzuim, grote financiële schulden en de weigering om daar iets aan te doen, oudste kinderen verplicht om mee met ouders naar porno te kijken, angst dat ouders hun oudste kinderen in de prostitutie zouden willen dwingen, verwaarlozing van de kinderen op alle vlakken, moeder in de prostitutie, vader dreigt met zelfmoord en het vermoorden van zijn kinderen, vader te lui om op te staan en zijn kinderen naar school te brengen, ouders hebben sex in aanwezigheid van oudste zoon, broers begluren zus in de badkamer, dagelijks hamburgers, pasta en gefrituurde gerechten, vader geeft ‘speeltjes’ aan oudste dochter, ouders gebruiken drugs in aanwezigheid van de kinderen, ongepast geseksualiseerd gedrag van de kinderen, onvoldoende verantwoord pedagogisch gedrag van de ouders die de noden van hun kinderen niet zien, gebrek aan stimulatie, ouders liegen over alles, ontkennen en weigeren samen te werken, zwijgplicht voor de kinderen, verschillende ongelukken met de kinderen, vader verbaal agressief, luizen, “vrije opvoeding”: kinderen mogen alles, geen enkele grens ,fysiek gevaar voor baby, zwart werk, vader speelt met tranen in de ogen het slachtoffer, vader heeft strafblad, 26 aangetekende brieven op 1 dag, die niet worden geopend, rondlopende ratten, luiers in de afvoer, bouwafval rond het huis, een kind met ADHD, een ander kind met een reactieve hechtingsstoornis, nog een ander met autisme, …”


In onze organisatie hebben we wel wat discussies over wat de zin of de onzin van vroegere verslaggeving is…

Een tiental jaren geleden was het volgende stramien het meest voorkomende: de verwijzer stuurde een bundel met de vroegere verslaggeving door (soms kon dat over tientallen pagina’s gaan); het intaketeam bestudeerde deze bundel, haalde er vooral de problematische punten uit, besliste dan of we al dan niet tot een intakegesprek wilden overgaan, jongere en ouders werden op de intake uitgenodigd, we deden het hele geschreven dossier nog eens over in een bespreking, de consulent van Comité Bijzondere Jeugdzorg of Sociale Dienst Jeugdrechtbank concludeerde wat er nodig was: jongere, ouders en team beslisten of ze hierin wilden meestappen of niet.

Zowel Sonja Parker, Insoo Kim Berg en Andrew Turnell wijzen op het belang van voldoende kennis over de “Past Harm” om je een voldoende beeld over de (mogelijke) "Future Harm" te kunnen vormen. (Hoe kunnen we weten hoe groot het risico in de toekomst is? Door te kijken naar de geleden schade in het verleden).

Daarnaast is het noodzakelijk en erg helpend dat de consulent van het CBJ of de SDJ een duidelijk standpunt inneemt, en afdwingt wat er vanuit maatschappelijk oogpunt noodzakelijk is dat gebeurt in het belang van de kinderen.

Sommige collega’s kiezen ervoor om die voorafgaande verslaggeving niet (op voorhand) te lezen, om op die manier met een open instelling aan de intake te kunnen beginnen, en “niet-wetend” het gesprek te voeren met kind of jongere, ouders, familie, betrokken hulpverleners, verwijzer.

In deze begeleiding hebben we de vroegere verslaggeving wel op voorhand gelezen, wat leidde tot gevoelens van ontmoediging en machteloosheid: “Hoe gaan we hier in godsnaam aan beginnen?” Ongetwijfeld heeft het gezin deze gevoelens ook ten aanzien van de hulpverlening die hen nu weer te wachten staat!


Deel 2

 

Toch ook nog gaan zoeken welke goede dingen er in de verslaggeving staan over het gezin:

 

Vader werkt (in het zwart) bij een aannemer. Moeder toonde boekje van Kind en Gezin voor baby Petra: alles was volledig in orde. Oudste dochter Anna doet het zeer goed op school: agenda in orde, schitterende resultaten. De ouders zijn zeer betrokken op hun kinderen. Het onderling contact is warm en hartelijk. De ouders zien al hun kinderen duidelijk graag. Stef wil graag bij zijn ouders blijven en wil naar school gaan. De ouders willen al hun kinderen thuis.

 


De intakegesprekken

Tijdens de intakegesprekken zijn moeder, de kinderen, de consulent van de Jeugdrechtbank, en wij – de hulpverleners – aanwezig. Eén begeleider houdt zich apart met de kinderen bezig, … omdat het een koude winter is en het gezin maar één leefruimte heeft, vangen de kinderen hoogstwaarschijnlijk flarden van de gesprekken op – een enkele pientere volgt misschien wel alles wat er gezegd wordt –.

Stef, de “aangemelde jongere”, wordt wel actief bij de intakegesprekken betrokken.

De consulent is erg goed in het expliciet benoemen van haar bezorgdheden; de volgende dagen, weken, zullen we hieruit een aantal duidelijke “danger statements” dienen uit te werken:

-         Het is belangrijk om uit te zoeken in hoeverre deze bezorgdheden herkend, begrepen, geaccepteerd, gedeeld worden door ouders  en hun familieleden.

-         Het is belangrijk om hier de juiste woorden voor te vinden, die duidelijk maken waar het precies over gaat, over welk  gedrag van de ouders dat  welke “risico’s” voor de kinderen inhoudt op mogelijke “schade of letsel”, en dat deze woorden verstaanbaar zijn voor iedereen, ook voor de kinderen.

-         Door samen met de ouders, en andere belangrijke volwassenen uit hun omgeving, woorden te formuleren voor de zorgen die er zijn, maken we draagvlak om hier ook samen met hen en hun omgeving aan te kunnen werken.

Er worden 8 topics of thema’s opgesomd: dat zijn er teveel, het is niet haalbaar om hier tegelijkertijd goed aan te kunnen werken; sommige bezorgdheden zijn nog te vaag of onduidelijk, of de link met de mogelijke “schade of letsels” voor de ontwikkeling, veiligheid van de kinderen is nog niet uitgeklaard.

We gaan er de belangrijkste drie of vier proberen uit te halen, die goed uit te werken, om dan samen een plan te maken dat door iedereen kan worden goedgekeurd, Jeugdrechter inbegrepen.

Momenteel worden, begrijpelijkerwijze, de bezorgdheden enkel door de consulent van de Jeugdrechtbank aangebracht, we gaan vragen wat de zorgen van moeder, vader, familieleden, de kinderen, zijn.

Er zijn momenteel weinig “goede dingen” vermeld, moeder lijkt een klein beetje weerwerk te kunnen geven “tegen” de vele “bezorgdheden” die worden vernoemd. Hier gaan we de volgende gesprekken erg veel aandacht aangeven:

-         Zodat dit gezin ervaart dat we hen niet alleen als “problematisch” zien, maar ook als ouders en kinderen die het beste met mekaar voor hebben, en het beste met mekaar willen.

-         In de details, in de concrete voorbeelden van wat goed gaat, of wat al veilig is, zitten onschatbare bouwstenen om het in de toekomst beter en veiliger voor de kinderen te maken.

Ook de doelstellingen moeten nog verder worden uitgeklaard: ze zijn onduidelijk, of het is onduidelijk welke doelstellingen er nu staan voor welke bezorgdheden. Moeder lukt er wel in enkele duidelijke en verstaanbare doelstellingen te formuleren (Straf van Jorinde!)
En er staan nog teveel “Service Plan”-achtige doelstellingen in: het in orde zijn met afspraken met hulp- en dienstverleners, terwijl het niet uitgemaakt is op welke manier deze afspraken het voor de kinderen beter of veiliger maken.

De uitspraak van Andrew Turnell indachtig: “A Service Plan is not a Safety Plan!”

 

Werk aan de winkel dus!!!


Hier vind je het verslag van de intakegesprekken; onze verslagen werden ook steeds in het gezin achtergelaten.

Net na de intakegesprekken zijn we enkele weken het contact met het gezin kwijt: na twee maal voor een gesloten deur te hebben gestaan, en verschillende onbeantwoorde telefoonoproepen, spreken we een berichtje in op de voicemail: “Hallo, hier Kurt, we hebben al verschillende keren voor jullie deur gestaan, en we krijgen ook geen telefonisch contact met jullie; we gaan nog een laatste keer bij jullie langs komen op dd/mm om 18u30. Als we jullie dan niet kunnen spreken, zullen we de Jeugdrechter op de hoogte moeten brengen dat we jullie al sinds dd/mm niet hebben kunnen bereiken, en dat er dus momenteel geen begeleiding is; we hopen jullie echt te kunnen spreken, tot dd/mm om 18u30.”

Moeder was vanaf dat moment op 99% van al haar afspraken (in het verder verloop van de begeleiding hebben wij meer afspraken verzet dan zij).



Na twee huisbezoeken

In twee huisbezoeken lukt het ons om met mama Jorinde de zorgen, de dingen die al goed lopen, en de doelstellingen wat meer geordend op een rijtje te krijgen, en al wat duidelijker te omschrijven.

De belangrijkste zorgen, die we over houden, zijn:

1)     De zorg dat het huis te klein en onveilig (verwarmingstoestellen)is, waardoor kinderen en ouders gewond kunnen geraken. Moeder wil zelf ook een groter en veilig huis, ook al ziet ze helemaal geen gevaar voor ontploffing.

2)     De zorg voor mogelijk seksueel grensoverschrijdend gedrag door of ten aanzien van sommige kinderen, en dat door te weinig privacy, het te kleine huis, de seksuele ontwikkeling van de kinderen bemoeilijkt kan worden (zien dingen van de ouders die ze niet mogen zien). Door aan moeder te vragen wat haar “ergste” vrees was op dit vlak, konden we een heel concreet antwoord krijgen.

Bij de “voorbeelden” onder deze danger-statement, zetten we de signalen uit het verleden (mogelijke Past Harm), zodat de ouders weten waarom de hulpverleners, de omgeving, zich deze zorgen maken (geconfronteerd met deze signalen dienen de hulpverleners, de omgeving, zich wel degelijk zorgen te maken, ook al weten ze nog niet precies hoe de vork aan de steel zit)

Jorinde staat mee achter de doelstelling“de kinderen ontwikkelen op seksueel vlak op een gezonde en respectvolle manier”: dit is zeer algemeen en vaag, we kunnen dit al op enkele punten concreter maken, maar we spreken met mama af dat dit zeker nog verder moet worden uitgewerkt.

3)     Moeder maakt zich geen zorgen over mogelijke leerachterstand bij de kinderen. Ze haalt de goede schoolrapporten van enkele kinderen aan. Ze begrijpt natuurlijk wel dat haar kinderen naar school moeten. Het gezin is hierin door het OCMW ook op een erg stricte regeling gezet (OCMW checkt de schoolaanwezigheden, en betaalt pas achteraf stuk leefgeld uit). De leerplichtige kinderen gaan inderdaad ook al verschillende weken elke dag naar school. De wetenschap dat de Jeugdrechter een termijn gesteld heeft, waarbinnen een aantal zaken moeten in orde gebracht zijn, anders worden de kinderen residentieel geplaatst (vader en moeder zijn op het kabinet van de Jeugdrechter geroepen), en de stricte regeling van het OCMW zijn hier waarschijnlijk erg helpend in. We merken ook nog twee andere sterke punten op:

Vader heeft aan zijn werkgever gezegd dat die op zijn kop kan gaan staan, maar dat hij 's ochtends eerst zijn kinderen op de verschillende schoolbushaltes zal afzetten, alvorens te gaan werken, en dat hij dan ’s avonds wel later zal blijven werken, en dat doet Gino al enkele weken effectief zo.

Tante Martine en nonkel Lucien vangen elke schooldag Rosa en Jerry op na de schooluren, en brengen deze rond 18u-18u30 naar huis.

4)     Moeder heeft nog een extra zorg rond de omgang van Stef en Danni met mekaar. Hier hebben we het “risico” (welke schade, letsel in de toekomst) echter nog niet omschreven.

In principe bevat een goede Danger Statement de volgende elementen:

Wie is er bezorgd?

Consulent, mama, …


Over welk gedrag van de ouders?

We hebben wel concrete situaties of gedrag benoemd: onveilige huis(ontploffingsgevaar van de verwarmingstoestellen) , te kleine huis zonder privacy, seksueel getint gedrag van de kinderen, niet naar school gaan, maar geen concreet gedrag van de ouders.

Eigenlijk zou er moeten staan:

… dat, doordat de ouders in een onveilig en te klein huis wonen, …

…dat, doordat de ouders voor zichzelf en voor hun kinderen te weinig privacy (samen in de badkamer, samen in dezelfde ruimte slapen), hanteren, en er in het verleden niet in gelukt zijn het seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen Danni en Lilith te voorkomen, …

…dat, doordat de ouders hun kinderen niet elke dag naar school brengen, …

Door het gedrag van de ouders expliciet te benoemen, geef je aan dat zij de mogelijkheden en de verantwoordelijkheid hebben om hun gedrag hierin te veranderen, waardoor zij ook aangesproken worden om dingen te veranderen in het belang van hun kinderen, en dat wij er ook van uitgaan, dat zij in de begeleiding  een onmisbare rol te vervullen hebben.

Ik weet niet waarom we de Danger Statements in deze begeleiding anders hebben geformuleerd, misschien omdat het onze eerste begeleiding was en we dit over het hoofd hebben gezien, misschien omdat we aanvoelden dat de ouders op dit punt sowieso al heel erg in het defensief zaten, en zich tegen heel wat aantijgingen moesten verdedigen; Feit is ook dat het vanaf het begin al heel duidelijk was, voor hen en voor ons, dat moeder en vader heel wat in orde te brengen hadden, en dat dit in de begeleiding ook zo gewerkt heeft.

 

Met welke concrete risico’s voor de kinderen?

Verwondingen of gedood, seksueel grensoverschrijdend gedrag, leerachterstand (dit laatste was voor moeder concreet genoeg, in sommige situaties moet dit misschien nog concreter: “… dat je kinderen minder goed kunnen lezen, schrijven, rekenen, leren dan de andere kinderen van de klas, en zo misschien zelfs verschillende schooljaren achterop zouden kunnen geraken, waardoor ze later moeilijk aan werk geraken, moeilijk een huis kunnen huren, …”: standaard formuleringen passen hier echter niet, in elke situatie gaan we zoeken naar de voor deze situatie meest gepaste, juiste en verstaanbare woorden).

 

Wat staat er ons nu de volgende huisbezoeken te doen?

We hebben met mama alle mogelijke punten vanuit de intake besproken, geordend, proberen te verduidelijken… 

-         Welke zorgen en doelstellingen heeft vader?Welke sterke punten wil hij toevoegen?

-         Wat vindt de consulent (en de Jeugdrechter)hiervan? Zit alles erin wat er moet in zitten, is het duidelijk genoeg? Welke is precies de maatschappelijke noodzaak die de consulent en Jeugdrechter formuleren?

-         Welke familieleden, vrienden, kennissen weten ervan wat er in het gezin speelt, mogen dit weten van vader en moeder, en hoe kijken die mensen naar zorgen, sterktes en doelstellingen.

In die eerste gesprekken hebben we ook aan mama gevraagd...

wie van de familie, de omgeving, alles weten en met alles mogen helpen: tante Martine, nonkel Lucien, oma Martha, Robert, oma Anita, tante Tina, opa Nols

wie een deel weten en met een deel mogen helpen: directeur basisschool, baas papa

wie niets mag weten, en niet mag helpen: /

Al die namen zetten we in netwerkcirkels/veiligheidscirkels, en we vragen er meteen de telefoonnummers bij.

We hebben de GSM-nummers, en de toestemming om met de mensen “die alles mogen weten en met alles mogen helpen” te gaan spreken.


Hier kan je het verslag van de huisbezoeken, waar we alles ordenden, lezen. Er zitten nog steeds enkele Service Plan-achtige zaken in, maar ze staan al meer on hun plaats.


Individueel Handelingsplan

 

 

De eerste keer dat we papa kunnen zien, is op een moment dat hij dringend naar het OCMW moet, om zijn post te gaan ophalen; naast een strakke afspraak in verband met de schoolaanwezigheden van de kinderen, die werkte, was er ook een afspraak opgelegd door het OCMW die niet zo goed werkte:het gezin kreeg een referentie-adres op het OCMW, en werd geacht elke week op het OCMW langs te komen voor het ophalen van de post, op die manier dacht de maatschappelijk werker van het OCMW zich te verzekeren van een wekelijks gesprek met de ouders; naast het feit dat de post vooral onbetaalde rekeningen bracht, moest vader lange dagen kloppen voor zijn baas, en was moeder met baby en een niet zo vlot openbaar vervoer niet erg mobiel, en had ze ook al een hoogoplopende ruzie achter de rug met de maatschappelijk werker, wat haar motivatie waarschijnlijk niet vergrootte.

 

We hebben met Jorinde de afspraak gemaakt dat we met Gino mee zouden gaan naar het OCMW, via email hadden we immers vernomen dat de maatschappelijk werker van plan was om op de volgende OCMW-raad alle tegemoetkomingen aan het gezin stop te zetten, omwille van een weigering tot samenwerking, wat erop zou neerkomen dat het gezin geen eten meer zou kunnen kopen. Het zwartwerk van vader betaalde immers slecht en zeer onregelmatig.

 

Hier wilden we absoluut een stokje voorsteken, we gingen dan ook met een delegatie naar deze afspraak.

 

De consulent van de Jeugdrechtbank bakende de maatschappelijke noodzaak af:

 

-         De schoolplichtige kinderen gaan naar school.

 

-         Het gezin woont in een veilige en ruime woning voor alle kinderen.

 

-         De kinderen ontwikkelen op seksueel vlak op een gezonde manier.

 

Vooral deze laatste doelstelling is erg vaag en algemeen; we hebben die laatste formulering zelf voorgesteld (anders was hierrond ook niets geformuleerd geweest, maar was het wel blijven “spelen”); naast het erkende seksueel grensoverschrijdende gedrag tussen de kinderen, waren er immers vooral een aantal mogelijke signalen, insinuaties en vage bedenkingen, maar geen concrete beschuldigingen naar de ouders. We hebben dan afgesproken dat we deze laatste algemene doelstelling zouden concretiseren in specifieke tussendoelen en afspraken, zodat de kinderen op dat vlak veilig zouden kunnen opgroeien, en de ouders zich zouden kunnen beschermen tegen allerlei vage aantijgingen (die overigens wel “informeel” circuleerden tussen de hulpverleners, maar niet met het gezin werden besproken), waarbij door vroegere hulpverleners en verwijzers ook nooit concrete risico’s voor de kinderen waren en werden benoemd.

 

Daarnaast was er ook een “bezorgdheid” van de consulent rond de mogelijke “agressiviteit” van vader; zij kon of wilde echter geen signalen in verband met huiselijk geweld of risico’s voor de kinderen aangeven, alleen het feit dat papa tijdens een vroeger contact met een hulpverlener "verbaal agressief" zou zijn geweest, en  met “veel ingehouden woede”  zat, en zich soms erg “machteloos” voelde.

 

We zien dat wel meer: grote, zware mannen met dikke armen en tatoeages en zonder hogere studies moeten soms bijzonder veel “inhouden”.

 

 Als je even herleest wat er over dit gezin allemaal gedacht en geschreven was, lijkt het me zeer aannemelijk dat Jorinde en Gino met enorm veel “woede en machteloosheid” zaten.

 

 Ze vertelden ons in de loop van de begeleiding dat zij voor heel wat dingen aan hulpverleners “toestemming “ moesten geven,maar dat ze daar toch geen keuze in hadden, “anders krijgen we het toch terug  in ons gezicht”.

 

 Op een bepaald moment, tijdens een zitting,vroeg de Kinderrechter wat Gino wilde; hij kon enkel gezegd krijgen: “Ik wil al mijn kinderen terug thuis.”

 

Toen de kinderrechter daarop nog wat extra dingen vroeg, kon hij enkel antwoorden: “Meer kan ik daarover niet zeggen…”, waarop de kinderrechter zich afvroeg of  hij misschien toch niet helemaal overtuigd was van wat hij nu wilde.

 

Gino stond echter 100% achter zijn wens om zijn kinderen terug thuis te krijgen. Hij had voor zichzelf geleerd om niet “meer” te zeggen, omdat het “toch in zijn nadeel zou worden uitgelegd.”

 

 

 

De Service-Plan-afspraken (in het verslag hieronder geel gemarkeerd) dienen momenteel ook nog gehandhaafd.

 

Het zit wat in onze manier van werken: als we voor een aantal problemen onze “cliënten” naar een aantal “diensten” kunnen laten gaan, en vervolgens nagaan of ze hun “contactafspraken” naleven, denken we dat we goed werk leveren.

 

Een gezin dat onder dwang van de Jeugdrechter een aantal zaken dringend moet in orde zetten, krijgt naast een enorme duw in de rug (die vaak erg noodzakelijk is), ook een enorme portie extra stress te verwerken, die in eerste instantie de problemen alleen maar groter en erger maakt.

 

Het “onderhouden van een aantal afspraken met diensten”(Service Plan), afspraken die van buitenaf worden opgelegd, en waarvan niet duidelijk is hoe deze het gezin hier en nu vooruit helpen, botsen(begrijpelijkerwijze en terecht) vaak op heel wat “weerstand”

 

-         Het OCMW wou het gezin  alle steun ontzeggen.

 

-         De Sociale Huisvestingsmaatschappij wilde het gezin wel inschrijven, maar maakte hen en ook ons duidelijk dat ze nooit een kans hadden op een voor hen geschikte woning.

 

-        Voor begeleid Wonen zou Jorinde zich eerst opnieuw op de wachtlijst moeten laten inschrijven.

 

-         Baby Petra was van bij geboorte al door de vroedvrouw ingeschreven, zij het onder de familienaam van de moeder.

 

In de loop van de begeleiding zal het Service Plan al snel verschrompelen om de eenvoudige reden dat de vermelde diensten zelf niet thuisgeven.

 

 

 

In de kolom “Wat gaat er goed?” staan ook een aantal“weerleggingen” van mama ten aanzien van een aantal “aantijgingen” in verband met het “seksuele”: naast het erkennen van het seksueel grensoverschrijdende gedrag van haar kinderen in het verleden, zegt ze dat een aantal zaken nu niet meer gebeuren (porno kijken, betrapt worden door de kinderen, …); als hulpverleners kunnen we dat natuurlijk niet zomaar aannemen. De volgende weken en maanden gaan we er met ouders en kinderen aan werken dat de “kinderen weten wat er mag en wat niet op seksueel vlak”, en dat er samen met een netwerk een veiligheidsplan wordt opgemaakt.

 

Eén van de tussenstappen zal  zijn om met de ouders, en met goedkeuring van de consulent van de Jeugdrechtbank, een verhaal met woorden en beelden te maken, om aan de kinderen uit te leggen wat de zorgen rond hun gezin zijn, en waarom de Jeugdrechter en hulpverleners zich met hun leven komen bemoeien.

 

We krijgen de indruk dat Jorinde het gevoel, de neiging heeft zich voortdurend te moeten verdedigen en verweren tegen heel wat bedenkingen, insinuaties, half uitgesproken veronderstellingen en beschuldigingen.

 

En nu gaan we de bezorgdheden, de doelstellingen, en de goede dingen in hun gezin (de grote lijnen, wat wij het framework noemen, het kader = de "need to know", niet de "nice to know") nog eens bespreken en bevragen met hun familie.

 

Om in staat te zijn om met hen een goede samenwerking op te bouwen, en dus niet elke week in dezelfde verdedigings- of ontkenningsdisccussie terecht te komen, spreken we met Jorinde af, om eerst de toer van de familie te doen, en daarna met hen het geheel van de gesprekken te overlopen, om dan daarna een familieberaad te laten doorgaan.

 


Hier kan je het Individueel Handelingsplan lezen, dat binnen de 45 dagen na de opstart van de hulpverlening moet opgesteld zijn.

De familie engageren

 

De volgende weken, hebben we afgesproken met de ouders, gaan we de familieleden bezoeken, die “alles mogen weten, en met alles mogen helpen”.

Ook al was Jorinde het hier onmiddellijk mee eens, was het op een bepaald moment wel een probleem voor Gino: “We moeten dit onder ons oplossen, als je andere mensen, zelfs je familie in vertrouwen neemt, gebruiken ze dat achteraf toch tegen je.”

Gino had overschot van gelijk: de informatie uit het “sociaal dossier” kwam opvallend overeen met het perspectief van één van zijn familieleden. Het blijft jammer dat er niet met meer mensen uit de familie gesproken is: dat had verschillende perspectieven opgeleverd die naast mekaar konden gelegd worden, (en niet één waarheid).

We zeiden hem dat de Jeugdrechter ons niet geloofwaardig ging vinden, als we de boodschap zouden brengen dat de ouders, na zovele jaren in de hulpverlening, en met zovele problemen, het wel op zichzelf gingen oplossen. Toen noemde hij zelf een naam van iemand die wel mocht helpen, en die ook in de safety circles vernoemd was, en dan zijn we alle namen afgegaan en geëindigd met hetzelfde lijstje als Jorinde had opgegeven.

We spraken af dat wij de familieleden zouden bezoeken, dat we het driekolommenverslag met de voornaamste zorgen en doelstellingen zouden overlopen, en dat de verschillende familieleden daar dan hun neigen visie konden aan toevoegen, en dat we dan alles opnieuw zouden terugkoppelen naar hen, met de bedoeling daarna een eerste familieberaad te organiseren.

Alle familieleden waren onder de indruk dat Jorinde en Gino een aantal zorgen en doelen hadden benoemd, herkend, wilden delen. En deze concrete zorgen en doelstellingen werden ook door de familie gedeeld, ze brachten nog een extra zorg naar voren: dat kinderen zouden kunnen verwond geraken door een gebrek aan toezicht op sommige momenten.

Hieronder vind je de neerslag van de eerste gesprekken met tante Martine en nonkel Lucien, en oma Martha en Robert.

(Je zal opmerken dat de “Service Plan” (= contacten met diensten onderhouden) -afspraken er nog steeds in staan.)




VZW Sporen
Partner 2
Partner 3

© Opgroeien in Veiligheid - vzw Sporen - CMS: NetTools - Design: Just Catch Up