Het doel van deze methodiek is om een context te creëren waarin er met kinderen gepraat kan worden over wanneer ze zich veilig voelen en over wat zij vinden dat er (nog) moet gebeuren binnen hun familie om ervoor te zorgen dat ze veilig zijn.

Methodiek van Sonja Parker.

Veilige huis

De begeleider en het kind tekenen eerst de omtrek van het huis. Vervolgens gaan ze samen het huis verder invullen. Ze noteren wat het kind zegt in woorden en met tekeningen. Het kind geeft aan wie er allemaal in het veilige huis woont en wat deze mensen allemaal doen. Dit kunnen zowel alledaagse als veiligheidsgerelateerde dingen zijn.
 

In de buitenste halve cirkel komen de mensen waarvan het kind wil dat ze op bezoek komen om de veiligheid thuis te garanderen. Ook wordt vermeld wat deze personen doen om het kind veilig te houden.

In de rode cirkel komen de mensen waarvan het kind niet wil dat ze op bezoek komen of in het huis komen wonen.

In het dak van het huis mag het kind regels formuleren die uitleggen hoe iedereen in het huis zich moet gedragen om ervoor te zorgen dat het kind altijd veilig is en goed verzorgd wordt.

Ten slotte mag het kind een pad tekenen dat leidt naar het huis: een veiligheidspad. Het kind kan hierop aangeven hoe veilig hij/zij zich voelt bij zijn familie door zichzelf dichter of verder op het pad te tekenen.

Bronnen:
Parker, S. (2012). Het ‘Veilige Huis’: een hulpmiddel om kinderen te betrekken bij het maken van een veiligheidsplan. Brussel: Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

http://www.partneringforsafety.com/